Elk seizoen brengt zijn eigen aanbod van groenten en fruit. In de herfst - grofweg september tot en met november - verdwijnen de zomerbessen van de markt en verschijnen er pompoenen, knolselderij, paddenstoelen, peren en rode kool. Dat klinkt misschien minder veelzijdig dan de zomer, maar de herfst biedt juist een rijke variatie aan voedingsstoffen die je in de warmere maanden minder binnenkrijgt.

Pompoenen en wortelgroenten

Pompoen, pastinaak, knolselderij en wortels zijn typische herfstproducten. Ze zijn rijk aan vezels en bevatten bètacaroteen, een voorloper van vitamine A. Ze zijn geschikt voor soepen, ovenschotels en stamppotten. Pompoen is bovendien makkelijk te bewaren - een onbeschadigde pompoen kan weken goed blijven op een koele, donkere plek.

Paddenstoelen

Herfst is het seizoen van paddenstoelen. Kastanjechampignons, oesterzwammen en shiitake zijn het hele jaar verkrijgbaar, maar seizoenssoorten zoals bospaddenstoelen zijn in de herfst op hun best. Paddenstoelen bevatten B-vitamines, waaronder B2 en niacine, en zijn een goede aanvulling in een vegetarisch of veganistisch voedingspatroon.

«Seizoensgebonden eten betekent niet dat je je eetpatroon rigoureus omgooit - het betekent dat je bewust gebruik maakt van wat er op een bepaald moment voorhanden is.»

Peren en appels

In Nederland worden tientallen variëteiten appels en peren geteeld. Appels bevatten vitamine C en vezels; peren zijn mild van smaak en bevatten eveneens vezels die bijdragen aan een normale darmfunctie. Beide fruitsoorten zijn eenvoudig te combineren in een gezond ontbijt of als tussendoortje.

Donkere bladgroenten

Boerenkool, spinazie en snijbiet zijn in de herfst en winter goed verkrijgbaar. Boerenkool bevat calcium, vitamine K en vitamine C. Spinazie is rijk aan ijzer en foliumzuur, al is de opname van ijzer uit plantaardige bronnen lager dan uit vlees - combineren met een bron van vitamine C (zoals citroen) kan helpen.

Wil je meer lezen over voeding en dagelijkse gewoonten? Bekijk de andere artikelen op de verhalenpagina.